In 2016 kropen Johan, Wesley, Freek en Rob voor het eerst achter de microfoon om over hun favoriete club te praten: Feyenoord. Sindsdien bestaat de podcast Kein Geloel, naar de beroemde uitspraak van oud-trainer Ernst Happel: ‘Kein Geloel, Fussbal spielen!’ De podcast verschijnt twee keer per week. Eén keer vlak voor het weekeinde en één keer vlak erna. In 2021 viel Kein Geloel in de prijzen en werd de podcast door het platform Total Football Festival uitgeroepen tot beste voetbalpodcast van het land.

Kein Geloel is inmiddels uitgegroeid tot bijna een volledig voetbalelftal en bestaat uit Johan Brinkel, Wesley van Oevelen, Rob van Elewout, Sjoerd Wierda, Tim Hartog, Luuk van Duivendijk, Luuk Flens, Pieter Bos en Stan Spoel. Voorheen maakten ook Freek Verhulst, Robin Jongste en Misha Mes deel uit van de podcastploeg.

Johan Brinkel

Het was vaste prik wanneer mijn ouders er een avondje niet waren. Buurmeisje Nancy paste samen met haar vriend Berry op mij en mijn broertje. Berry nam altijd zijn Sega Megadrive mee. We speelden potjes FIFA, terwijl Berry vol lof over ‘zijn’ Feyenoord sprak. Voor mijn verjaardag in 1994 gaf hij me een kaartje voor de thuiswedstrijd tegen VVV. Als tienjarig mannetje ging ik het imponerende stadion in, hoorde een heel vak ‘oude lul’ tegen een bewust persoon zingen en belangrijker: Feyenoord won met 5-0. De rest was geschiedenis. Ik werd verliefd op de club, die me vanaf dat moment elke dag in zijn greep houdt.

Wesley van Oevelen

Daar stond ik dan met een Feyenoord-shirtje in m’n handen, vlak voor het Champions League-duel met Newcastle United. Het was herfst in 2002, slechts een paar maanden nadat Feyenoord de UEFA CUP won. Ik was een pikkie van tien jaar en mocht aan de hand van de spelers mee het veld oplopen. Je raadt het al, aan de hand van een Newcastle-speler. Alleen als je een Newcastle-shirt kreeg uitgedeeld, mocht je met een Feyenoorder lopen. Dus niet aan die van Pierre, Shinji of Paul. Nadat kort de krokodillentranen over m’n wangen biggelden, werd ik al snel getroost door het heilige gras waar ik overheen mocht lopen en de rauwe sfeer in de moeder aller stadions. Feyenoord verloor die zinderende wedstrijd, maar mijn liefde voor de club groeide met een nog niet uitgevonden eenheid. Oh, en die speler met wie ik het veld op mocht lopen? Die geeft nu wekelijks commentaar bij BBC Match of the Day. Ene Alan Shearer, ofzo.

Rob van Elewout

Mijn eerste echte herinnering aan Feyenoord is een aparte. Het was een oefenwedstrijd in en tegen Gent. Als klein jongetje, ik zat nog op de basisschool, mocht ik met mijn oom mee. Mijn vuurdoop en direct een awayday. Vriendschappelijk, maar daar was niks van te merken. Van de wedstrijd zelf weet ik werkelijk niets meer, maar alles eromheen – het vuurwerk, het keiharde gezang, de baldadigheid (op z’n zachtst gezegd) en de mensenmassa – maakte diepe indruk. Mijn persoonlijke Feyenoord-gevoel is lastig in woorden uit te drukken. In ieder geval maakt het iets unieks in me los. Op niks of niemand kan ik zo boos, verliefd of gefrustreerd worden als op Feyenoord. Laten we zeggen dat het mijn lontje aanzienlijk korter maakt en m’n verliefdheid des te groter.

Sjoerd Wierda

‘Tegen wie moeten we volgende week?’ vroeg ik. Ik zat op de achterbank van mijn vader’s auto tijdens de rit van ruim een uur naar Rotterdam.

‘Nou, Aad, hij zegt al we’, zei zijn maat Jan.

Dít was het moment. Sinds dat moment ben ik een Feyenoorder. Het was de tweede keer dat m’n pa me meenam en meteen voelde het natuurlijk om ‘we’ te zeggen. Ik kon nu al niet meer wachten om De Kuip weer in te komen, weer te juichen en te springen bij een goal. Me zó thuis voelen bij zó een grote groep mensen. Die ik niet eens kende. Maar die toch allemaal mijn vrienden zijn.

Luuk Flens

Hoewel ik foto’s heb waarop ik als baby al op de schoot van mijn vader de samenvattingen zat te kijken, is mijn eerste échte herinnering de wedstrijd Feyenoord – AZ in 2002. We wonnen de wedstrijd overtuigend met 6-1 en ik zat als kind dat opgroeide in regio Alkmaar 90 minuten lang aan de radio gekluisterd. Het seriemodel van diezelfde radio was iets als ”898AZ4” waardoor ik mij voor de wedstrijd genoodzaakt voelde om met een zwarte marker de letters A en Z weg te strepen. Na de 6-1 overwinning ging ik trots in mijn Feyenoord shirt buitenspelen en de rest is geschiedenis.

Tim Hartog

Thuis heb ik een aantal foto’s van mezelf liggen van mijn eerste kennismaking met Feyenoord. Op die foto’s staat een achtjarig ventje dat niet helemaal snapt wat er aan de hand is. Het zijn de eerste trainingen van het nieuwe seizoen. Het is hartje zomer, de zon schijnt fel en dat maakt dat ik met een frons in de camera kijk. Dat kan overigens ook komen, omdat ik door mijn broer naast vreemde mannen word geposteerd, waarvan ik in de verste verte niet weet om wie het gaat. Zo sta ik naast een Zweed met dreadlocks, een langharige Australiër en een spijkerharde verdediger, waarvan ik later pas begrijp dat hij verantwoordelijk is geweest voor een van de vele wederopstandingen van Feyenoord. Mijn broer lijkt wel onder de indruk van die mannen en probeert mij duidelijk te maken hoe bijzonder dit is. Later dat seizoen zou alles op z’n plek vallen. Dan zie ik Larsson, Vidmar en Fräser spelen in de Kuip. Mijn eerste wedstrijd tegen FC Volendam (5-1). Op dat moment besef ik dat als je het veld mag betreden van zo’n immens stadion je wel heel bijzonder moet zijn.

Pieter Bos

Kleine Pieter is een jaar of 5. Het zijn Europese avonden na de eeuwwisseling en ik moet (uiteraard) op tijd naar bed. Ik luisterde braaf naar mijn ouders, en werd ingestopt door mijn moeder (denk ik, want vader was vast de voorbeschouwing aan het kijken). Het ging zonder gemor want ik had mijn snode plannen alweer gesmeed. Zodra ze weer beneden was en ik de tussendeur dicht hoorde gaan, sleepte ik mijn dekbed en kussen de gang op. Ik ging op de overloop bovenaan de trap liggen en kon zo het geluid van de tv horen. Ik heb zelfs voor mij dat ik in de spiegel van de gang de weerspiegeling van het beeld kon zien: Sebastián Pardo scoorde al na een paar minuten. Het is maar goed dat die goal zo snel viel en het ook de eindstand bleek te zijn, want kleine Pieter was allang voor het laatste fluitsignaal weer door zijn moeder naar bed gebracht.
Blij dat we die wedstrijd uit de boeken hebben geschoten in Girona!

Stan Spoel

Mijn eerste herinnering als Feyenoorder is in het stadion, samen met mijn vader – ja, ik ben nog piepjong. 23 augustus 2009 om precies te zijn. Feyenoord – Roda, een goal van mijn grote held destijds (Jon Dahl Tomasson). Van de Deense spits had ik voetbalplaatjes op mijn Wii en op mijn Nintendo DS geplakt. Ik sliep als kind onder dekbedden van Feyenoord, het behang aan de muur was van Feyenoord en de vele andere accessoires ook. Zo is het begonnen en zo blijft het toch een aanzienlijk onderdeel in je leven.

Luuk van Duivendijk

Hoewel ik uit een niet-voetbalgezin kom, heb ik toch mijn passie voor Feyenoord kunnen ontwikkelen. De afstand tot Rotterdam en het gebrek aan live tv werden tenietgedaan door de radiouitzendingen van Rijnmond.
En nu, zoveel jaar later, doen we het zelf! Met mijn vrienden raaskallen over onze gezamenlijke passie: Feyenoord.
Daarnaast maak ik samen met Wesley Ze schijnen Daar. Voor deze reeks neem ik de microfoon mee op reportage naar andere clubs en bespreken we het reilen en zeilen van de verhuurde Feyenoorders.